21-07-12

Met Okra op stap

Rond Kerstmis 1944 waren er 600.000 Amerikaanse en 400.000 Duitse soldaten gelegerd in en rond Bastogne.  Met 40 Okra-leden van O.-L.-V van Troost waren ook wij op 15 mei 2012, dus 68 jaar later, ook in Bastogne. Gelukkig niet om te vechten maar om te zien hoe zij dat voor ons gedaan hebben. 

 

Bij ons vertrek was er een technisch probleempje : de micro voor de reisbegeleider was verdwenen.  Dat zou  vervelend kunnen worden voor de gids die met ons in de namiddag de oorlogsmonumenten zou tonen.  Na uitvoerige verontschuldigingen beloofde  de chauffeur ons het probleem op te lossen en heeft hij ons uitgebreid uitleg gegeven over de geschiedenis van “la Cité ardente”: de tunnelwerken, het nieuwe station, de staal- en de wapenindustrie, de serieuze klim die het veel  vrachtwagens moeilijk maakt om uit de Maas- en de Ourthevallei te geraken, het prachtig groene natuurgebied van de Hoge Venen en de Baraque Fraiture of het hoogste punt van België (651m) dat via een autobaan bereikbaar is.

 

Om 10 u, precies volgens plan,  bereikten wij onze eerste bestemming : “Animalaine” in Bizory, een gehucht van Bastogne.  Dit is een museum waar de oude technieken om wol te verwerken tot weefsels, ons haarfijn werden uitgelegd door een Nederlands-onkundige maar charmante jonge dame.  Die technieken werden gedemonstreerd door mensen met een mentale handicap; het is de bedoeling hen door dit werk sociaal en professioneel te reïntegreren.

In het bovenste deel van het museum stond gereedschap dat gebruikt werd in oude ambachten : schaliedekken, schrijnwerken, zeeldraaien, schoenen maken...  De charme van deze gids was van een andere aard. Hij is een geboren Eeklonaar die al 23 jaar schapen kweekt in deze streek.  Zijn sympathiek accent en zijn lange baard passen helemaal bij zijn verleden.  Eigenlijk zijn er drie uren nodig om het museum helemaal te bezoeken. Wij hadden maar anderhalf uur de tijd. Om 12.30 u werden wij immers verwacht in restaurant 'Leo' in het centrum van Bastogne. Onze Okra-leden waren erg geïnteresseerd. Velen hadden nog vage meer vage herinneringen aan dit soort bedrijvigheden uit hun jeugdjaren.  De 25 “wolproducerende” dieren die buiten rondliepen hebben wij ook niet meer kunnen bewonderen.

 

De bediening in restaurant 'Léo' verliep vlot en keurig. Om 14.30 u was iedereen paraat voor een rondrit.  Eerst naar het  Nuts-museum.  Wij zagen er de kelders van de kazerne, die minister De Crem, na veel protest van Belgen en Amerikanen, uiteindelijk maar niet heeft afgebroken,. Toen de Amerikanen daar op de vooravond van Kerstmis 1944 omsingeld zaten en de Duitse onderhandelaars in een stijlvolle brief  lieten weten dat ze zich beter konden overgeven  of dat ze er anders  spijt zouden van krijgen, antwoordde generaal McAuliffe van daar uit met zijn legendarische "Nuts!", “de pot op”.  Hij bofte wel dat Patton hen nog net op tijd heeft kunnen ontzetten.

In die kazerne was er ook nog een loods te zien waar militaire voertuigen  uit de Tweede Wereldoorlog, afkomstig uit verschillende landen, tentoongesteld stonden.  Die worden in een naburig atelier terug rijvaardig gemaakt en onderhouden.

 

Sluitstuk van deze rondleiding in Bastogne was het “Mardasson memorial”.

Het werd ingewijd op 16 juli 1950 en staat voor de duurzame vriendschap tussen het Belgische en het Amerikaanse volk, die schouder aan schouder vochten tijdens de overwinningsstrijd die zij voerden tijdens de Slag om de Ardennen in december 1944 en januari 1945. Het monument verbindt de vorm van een ster aan vijf vertakkingen van 31 meter. De geschiedenis van deze Bloedige Slag is in gouden letters gegraveerd in de wand van de open galerij. De wandelgang op de top, te bereiken via een wenteltrap (wij telden 58 treden), levert een schitterend vergezicht op bijna alle verdedigingsstellingen die werden ingenomen tijdens het beleg van de stad. Een zestal overmoedige Okra-leden hebben de klim naar de top aangedurfd. De crypte, uitgehold in de rots en door de Franse kunstenaar schitterend versierd met mozaïeken, bevat drie altaren (katholiek, protestants, joods).

 

Dat Bastogne nog altijd een Amerikaanse trekpleister is bleek ook uit de taal van onze enthousiaste gids Henri Mignon, een 76-jarige gewezen commandant van de Nuts-kazerne.  Hij sprak voortreffelijk Nederlands maar geregeld glipten er wel Engelse woorden in zijn uiteenzettingen.  Hij begeleidt meer Engelstalige dan Nederlandstalige groepen.  Na de broodjesmaaltijd in restaurant 'Léo' en een goepsfoto bij het meest gefotografeerde monument van Bastogne, een M4A3 Sherman tank, ging het voor ons veilig en wel terug huiswaarts.

 

De laatste ijsheilige had ons tussendoor nog getrakteerd met winterse buien en op de gevel van een winkel toonde de thermometer ons -1° C. Zou deze  thermometer stuk geweest zijn? De koude  kon de pret alleszins niet bederven. Als het regende of  hagelde zaten wij ergens binnen : in het restaurant, in een museum of in de autocar.  Alleszins  niet te vergelijken met de barre  winterkou die de soldaten destijds hebben doorstaan.

Eugène Van Nooten

13:50 Gepost door Philippe Barbaix in Verslag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.